Rex-Scaldis EXPO: Hingene in 1940-1944

Duitsland maakt zich klaar voor de oorlog

Nadat Hitler met zijn partij, de NSDAP (Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei), op democratische wijze aan de macht kwam in Duitsland, begon hij direct met de herbewapening. De omvang van de Reichswehr was door de bepalingen van Versailles beperkt tot 100.000 man. Het had geen tanks, geen luchtmacht en nauwelijks schepen. Zes jaar later, bij het uitbreken van de vijandelijkheden, beschikte de Wehrmacht over 3,5 miljoen soldaten, 9.000 kanonnen, 2.500 tanks, 2.300 vliegtuigen, 57 onderzeeërs en 45 oppervlakteschepen.

De buitenlandse politiek van de nationaalsocialisten leidde tot een verhoogde kans op oorlog omdat Hitler streefde naar gebiedsuitbreiding in Oost-Europa ten koste van de Slavische volkeren. Hiertoe moest Polen worden vernietigd en Rusland gebroken. De spanningen met het Westen die hierdoor werden veroorzaakt waren slechts een afgeleide. Kenmerkend voor de periode 1933 – 1939 waren de Duitse successen zonder dat er oorlog uitbrak. De Westerse democratische landen poogden in die periode Hitler in te tomen met diplomatieke middelen waarbij de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog hen zeker parten hebben gespeeld; degenen die in de jaren dertig leidinggevende posities bekleedden, hadden immers vaak zelf nog in de loopgraven gezeten.

De toegeeflijkheid kwam echter ook voort uit een schuldgevoel aan de kant van Groot-Brittannië; Duitsland was na de oorlog zo onrechtvaardig behandeld dat vele eisen van Hitler als legitiem werden gezien. Zo was de wens van Hitler om alle Duitsers in één rijk te verenigen volstrekt in lijn met de geest van het Verdrag van Versailles. Dit verdrag was echter in het nadeel van Duitsland beslecht op een aantal gebieden. Zo kwam in 1935 het Saarland “Heim ins Reich” en werd in 1936 het Rijnland weer door Duitse troepen bezet na jaren van Franse bezetting. In 1936 ontstond tevens de as Rome-Berlijn. Deze alliantie zou met het staalpact van 1939 worden verstevigd. In maart 1938 volgden de annexaties van Oostenrijk en, ten koste van Tsjecho-Slowakije, het etnisch Duitse Sudetenland, die nog haastig werden afgedekt met Verdrag van München, dat een nauwelijks verhulde capitulatie was van de Britten en de Fransen voor de Duitse expansiedrift. De Britse premier Neville Chamberlain typeerde dit verdrag echter als ‘peace in our time’. De bezetting in maart 1939 van het resterende westelijke deel van Tsjecho-Slowakije, waarna dit het Protectoraat Bohemen en Moravië werd, markeert het einde van het Frans-Britse streven om met vreedzame middelen de veroveringszucht van nazi-Duitsland te beteugelen, omdat duidelijk werd dat Hitler meer wilde dan alleen een verenigd Duits rijk. Zij maakten toen een begin met de mobilisering van hun strijdkrachten, maar zagen verder machteloos toe.

Nazi-Duitsland viel op 1 september 1939 Polen aan volgens het plan Fall Weiss. Deze aanval, ook wel Poolse campagne genoemd, zou vier weken duren. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk verklaarden op 3 september 1939 Duitsland de oorlog. Het is waarschijnlijk dat Hitler deze oorlogsverklaring van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk niet had voorzien, en dus eigenlijk niet uit was op een algehele Europese oorlog.

De oorlog in Europa was begonnen.

VERKENNINGSTOESTEL BOVEN HINGENE

Dat Duitsers houden van een goede voorbereiding en berucht zijn om hun drang naar perfectie is te blijken uit onderstaande foto. Op 7 januari 1940 om 17u40 nam een Duits verkenningsvliegtuig deze foto van het vliegveld van Hingene.

FOT_4045_0013
Dat Duitsers houden van een goede voorbereiding en berucht zijn om hun drang naar perfectie is te blijken uit onderstaande foto. Op 7 januari 1940 om 17u40 nam een Duits verkenningsvliegtuig deze foto van het vliegveld van Hingene. Op de nota staat te lezen: Het is niet zichtbaar of het vliegveld is bezet door troepen. Het dorp is gelegen nabij een sluis!

Op de nota staat te lezen:

Het is niet zichtbaar of het vliegveld is bezet door troepen. Het dorp is gelegen nabij een sluis!

VOOR DE INVASIE VAN 10 MEI 1940 – oefeningen en oefeningen

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog voerde België een neutraliteitspolitiek. Hoewel het steeds duidelijker werd dat de enige dreiging vanuit Duitsland kwam, weigerde de Belgische regering steeds dat Franse en Britse troepen hun grondgebied betraden als voorzorg tegen een Duitse invasie. Als compromis werd evenwel wel toegestaan dat de Franse en Britse bondgenoten konden oprukken naar de KW-stelling indien Duitsland de Belgische neutraliteit zou schenden. Intussen bouwde het Belgische leger een strategisch verdedigingsplan uit die bestond uit vijf stellingen waarbij vanaf november 1939 alle beschikbare Belgische soldaten werden gemobiliseerd. Doch, door de veelvuldige alarmoefeningen en loze alarmen tussen november 1939 en januari 1940 dacht men dat er geen invasie meer zou komen.

De invasie van de Lage Landen zou oorspronkelijk op 17 januari 1940 van start zijn gegaan — de Duitse legereenheden waren al daadwerkelijk begonnen zich in hun verzamelgebieden te concentreren — ware het niet dat op 10 januari 1940 een Messerschmitt Bf 108 Taifun een noodlanding moest maken op Belgisch grondgebied. Belgische grenswachters konden hiermee een deel van de Duitse invasieplannen bemachtigen, doch bij de geallieerden bestond onduidelijkheid of de plannen echt waren of een afleidingsmanoeuvre. Na de oorlog werd duidelijk dat Hitler na het vernemen van dit incident de invasie voor onbepaalde tijd uitstelde, zodat de Belgische beproeving van het lange wachten in de koude wintermaanden nog verder doorging.

Ook via de diplomatieke kanalen ontvingen de Belgen en Nederlanders informatie dat een Duitse invasie op til was. De Belgische en Nederlandse militaire attachés te Berlijn, respectievelijk kolonel Goethals en majoor Sas, werden getipt door de toenmalige kolonel Hans Oster, een Duitse officier uit de Abwehr die al sinds de Nacht van de Lange Messen in 1934 het nazibewind niet goed meer gezind was. Deze informatie werd doorgespeeld doch nooit op waarde geschat. Op 9 mei 1940, om 23u30, stuurde kolonel Goethals vanuit Berlijn een gecodeerd bericht dat de aanval in de vroege ochtend van 10 mei 1940, om 4u35 van start zou gaan. Het bericht werd op veel ongeloof onthaald. Een vergelijkbaar bericht van majoor Sas aan de Nederlandse regering werd evenmin serieus genomen.

Samenstelling op 10 mei 1940

Op 10 mei 1940 bestond het gemobiliseerde Belgische leger uit 22 divisies van ongeveer elk 17.000 manschappen. Er waren achttien infanteriedivisies (waarvan zes actieve divisies, zes divisies van de eerste reserve en zes divisies van de tweede reserve), twee divisies Ardense Jagers (waarvan een volledig gemotoriseerd) en twee cavaleriedivisies (allebei gemotoriseerd) en een gemotoriseerde brigade. Deze tweeëntwintig divisies waren op 10 mei 1940 verdeeld over zeven legerkorpsen, één Cavaleriekorps en de groep Keyaerts. Deze laatste groep, genaamd naar z’n bevelhebbende generaal, had als taak om de Duitse opmars ten Zuiden van de Maas zo veel mogelijk te vertragen. In totaal was het Belgisch leger ongeveer 600.000 manschappen groot, en was daarmee in verhouding tot het totaal aantal inwoners één van de grootste Europese legers van het moment (8% van de Belgische bevolking). Het Belgische leger bestond uit beroepsmilitairen en de veertien militieklassen (tussen 1926 en 1939). Elke militieklas bestond uit ongeveer 47.000 manschappen. Een gedetailleerd overzicht:

  • 929 beroepsmilitairen
  • 614 reserveofficieren
  • 000 beroepsonderofficieren
  • 000 reserveonderofficieren
  • 000 beroepskorporaals en beroepssoldaten
  • De overige manschappen waren soldaten

Tijdens de Achttien-daagse veldtocht zouden een aantal divisies overgaan van het ene Legerkorps naar het andere, naargelang de operationele toestand.

10 mei 1940 – De inval van het Duitse leger in België

Onaangekondigd viel het Duitse leger binnen op 10 mei 1940. Al tijdens de eerste uren werd de Belgische luchtmacht op de grond vernietigd na massale bombardementen. Met de tandem vliegtuig-tank trokken de Duitsers door de Belgische en Franse Ardennen. Daarvoor werden fietsen massaal ingezet op een klein deel van het front. Het als onneembaar geachte fort Eben-Emael bij Luik viel al na één dag in Duitse handen. De bruggen bij Vroenhoven en Veldwezelt over het Albertkanaal vielen intact in Duitse handen. De Maas werd overschreden te Dinant, Monthermé en Sedan. De Franse stellingen werden opgerold en weldra stormden de Duitse tanks in de richting van Abbeville.

Wat gebeurde er in Hingene:

10 mei 1940

1ste luchtvaartregiment – Te Deurne heeft de I/1Lu omstreeks 04u45 de basis verlaten om naar haar oorlogsvliegveld te Hingene uit te wijken. Twintig minuten later komen de Duitse bommenwerpers net te laat aan te Deurne en bombarderen het verlaten vliegveld. De groep installeert zich te Hingene. Er is slechts één van de vier Bofors 40mm luchtafweerkanonnen beschikbaar. Die dag wordt door 1/I/1 slechts één opdracht uitgevoerd: een Fox brengt een dringend bericht over naar het vliegveld van Evere.

Huwelijk tijdens de inval van de Duitsers

Op 10 mei 1940 stapten Albert Mees uit Hingene en Carolina Meskens uit Bornem in het huwelijksbootje. De kerk zat geladen vol en van feestgedruis voor het kersverse koppel was amper sprake. België werd ten slotte voor de tweede keer in zijn geschiedenis aangerand door de Duitse beer en ditmaal was het menens.

“Ik weet het nog goed. Heel de kerk van Bornem zat vol met mensen die kwamen bidden voor een goede afloop. Ons kerkelijk huwelijk was een beetje naar de achtergrond verdwenen. Iedereen maar wenen… ook wij. Daarna zijn er veel mensen gevlucht voor de Duitsers. Wij niet. Wij bleven in Hingene wonen.”

Wat gebeurde er in Hingene op…?

11 mei 1940

1ste luchtvaartregiment – De regimentsstaf werkt nog steeds vanuit Thisnes. De verschillende groepen staan echter elk onder het operationeel bevel van een legerkorps en de rol van de staf is eerder beperkt. Hannuit ligt echter in de Duitse opmarsroute naar Waals-Brabant en daarom besluit Froidart die avond om zich te Hingene te vestigen. De verplaatsing vindt plaats tussen 18u30 en 22u00.

1ste luchtvaartregiment – De I/1Lu wordt te Hingene continu overvlogen door vijandelijke vliegtuigen en regelmatig gemitrailleerd vanuit de lucht, zonder noemenswaardige schade. Een colonne van het Franse 7de leger trekt langsheen het vliegveld richting Nederland. De vliegtuigen van de VIde groep die Hanuit verlaten hebben landen te Hingene, maar stijgen even later weer op richting Peutie. Na de middag land te Hingene een Britse Hurricane. De piloot is gewond en wordt door Kpt Eeman per auto naar Wevelgem gebracht zodat hij de eigen linies kan vervoegen.

1ste luchtvaartregiment – Tijdens een verkenningsmissie boven Kanne en Eben-Emael wordt de N18 met Sergeant Boute en Onderluitenant Berhaut neergehaald. De beide bemanningsleden kunnen veilig landen en slagen er in om Hannuit-Thines te bereiken. Die middag krijgt de groep het bevel om naar Hingene uit te wijken. De verplaatsing verloopt zonder problemen, maar Hingene is reeds ingenomen door de Iste groep en er is geen plaats meer voor de Rode Sioux. Na enkele uren wachten wordt de groep tenslotte doorgestuurd naar het vliegveld van Peutie. Na aankomst blijkt dat de veldkeuken onderweg is blijven staan en de manschappen moeten zich tevreden stellen met hun noodrantsoenen.

Wat gebeurde er in Hingene op…?

12 mei 1940

1ste luchtvaartregiment – De commandopost van het regiment wordt die ochtend geopend te Eikevliet, van waar Kolonel Froidart vlot in verbinding kan staan met de staf van de militaire luchtvaart en het vliegveld van Hingene. De volgende dagen wordt op de staf druk gewerkt aan het verplaatsen van de verschillende groepen naar vliegvelden in het westen van het land.

1ste luchtvaartregiment – Tijdens de nacht van 11 op 12 mei wordt te Hingene Sgt Vlieger Gudenkauf van het 1/I/1Lu levensgevaarlijk gewond wanneer een nerveuze schildwacht meent een Duitse parachutist gezien hebben en daarbij het vuur opent. Drie Fox toestellen stijgen op om dringende berichten over te brengen. Voor de eerste verkenningsmissie boven vijandelijk gebied worden Sgt Degreef en Lt Dierickx in toestel nummer 64 naar de Noorder-Kempen gestuurd om de Duitse opmars na te gaan. Deze vlucht zou door vijf Franse Morane jachttoestellen moeten beschermd worden, maar deze dagen niet op.

Wat gebeurde er in Hingene op…?

15 mei 1940

1ste luchtvaartregiment – Het 1/I/1 ontvangt al vroeg op de ochtend vijf nieuwe verkenningsmissies boven de Kempen. Slechts één toestel keert ongedeerd terug. Een Fox wordt bij Herentals door de vijandelijke Flak neergehaald. De waarnemer Olt Eugène Bossiroy wordt hierbij gewond maar de piloot Adjt Marcel Brosteaux overleeft ongedeerd de crash. De beide mannen kunnen te voet terugkeren. Een tweede Fox moet kort na het opstijgen rechtsomkeer maken naar Hingene nadat een Adjt Theysen door een kogel van op de grond werd gewond. De twee laatste toestellen worden allebei neergehaald voorbij Lier. Eén bemanning wordt gevangen genomen. De bemanning van het andere toestel, Olt de Theurx de Montjardin en Lt Dierickx, kan met behulp van enkele opgeëiste fietsen de K.W. Stelling bereiken en van daar doorreizen naar Hingene.

Wat gebeurde er nog die dag ergens in België?

Een ononderbroken stroom van jongelui, met een pak(je) op de rug of valies in de hand, bijna allemaal te voet. De traagheid van de spoorverbindingen in Noord-Frankrijk zou deze jongens doen belanden niet, zoals ze gehoopt hadden vér achter het front maar in volle vuurlinie… Vandaag heeft Holland gecapituleerd: 2890 van hun 400.000 soldaten zijn gesneuveld en in Rotterdam werden 619 burgers gedood. In ons land worden de ministeries naar Oostende overgebracht. De opmars van het Engels leger langs de baan Kortrijk-Audenaerde is gestopt; de immer talrijker wordende ‘Tommies’ nemen hun intrek in woningen en beginnen met het delven van loopgraven langs de boorden van de Schelde. Ook onze bevolking helpt mee met het graven…Al hun kostbaarste wordt in de kelders opgeborgen en alles wordt er ingericht voor een ondergronds ‘nachtverblijf’. Tussen de luchtalarmen in worden kelderramen versterkt met metaalplaten en afgedekt met houtbussels en aarde. Onze troepen zoeken positie op de lijn achter de Dijle, die vanaf Antwerpen over Waver, Leuven en Mechelen naar Namen lopend, Brussel omsluit.

Wat gebeurde er in Hingene op…?

16 mei 1940

1ste luchtvaartregiment – Bij de Iste groep worden die dag slechts twee korte missies uitgevoerd. Tijdens de avond verlaat de groep het vliegveld van Hingene. Rond 22u00 is iedereen aangekomen op het nieuwe vliegveld te Belsele. Even later wordt echter een nieuw bevel ontvangen om naar Ursel uit te wijken.

Wat gebeurde er nog die dag ergens in België?

De Belgische stellingen aan de Maas, aan het Albertkanaal en rond Luik worden opgegeven en dat drukt de moraal van onze Belgische soldaten; de ongerustheid bereikt een hoogtepunt als duidelijk wordt dat de Belgische en Engelse troepen dreigen ingesloten te worden, doordat Duitse pantserwagens zijn doorgestoten vanuit Frankrijk en noordwaarts oprukken naar het Kanaal. Terwijl de Engelse tankrijen terugbollen op de macadam naar Kortrijk, rollen spoorwegwagons met Belgische soldaten, materiaal (ja, zelfs bruggen) westwaarts. Een flink korps gemotoriseerde Ardense jagers (allen Walen) komen zich inkwartieren in onze streek. Een Belgische majoor en kolonel logeren in de streek. Iedereen raakt afgemat door de angst van overdag en de slapeloze nachten…

Wat gebeurde er in Hingene op…?

18 mei 1940

Eskadron Wielrijders 1ste Infanteriedivisie – Wanneer om 14u00 het gros van de infanterie veilig weggetrokken is, verlaat het eskadron samen met de laatste detachementen van het 3Li zijn stellingen om de divisie achterna te trekken. Hierbij wordt een vluchtroute naar het noorden gekozen. Via Wintham, Hingene en Bornem zetten de wielrijders koers naar de brug te Temse. Tijdens de aftocht wordt het voorop marcherende 4Li afgedekt.

Om 17u30 krijgt Jones de toestemming om de Schelde over te steken. Anderhalf uur later blaast de genie onder dekking van het II/4Li de Scheldebruggen op. De infanterie van de divisie zal per trein verplaatst worden naar Gent

Wat gebeurde er in Hingene op…?

21 mei 1940

Op 20 mei 1940 cirkelden boven het luchtruim van Hingene enkele vliegtuigen van het type Fieseler Stoch, deze werden gebruikt door de stoottroepen van het invasieleger. Er werd zelfs gerapporteerd dat enkele toestellen geland waren op het vliegveld van Hingene en de belangrijkste verdedigingsposten werden ingenomen. Uit documenten over de bezetting blijkt dat de Duitsers officieel Hingene binnentrokken op 21 mei 1940. Die dag moesten werden er zelfs al verschillende mensen opgeëist om het vliegveld te herstellen (het Belgische leger had overal putten op het vliegveld achtergelaten). De bevolking was erg op zijn hoede voor de bezettingsmacht, want ze herinnerden zich de vorige bezetting en gruwelen maar al te goed. Maar geleidelijk aan werd bekend dat de houding van de Duitsers tegenover de bewoners van Hingene, Wintam en Eikevliet erg “vriendelijk” was. Dit paste ook geheel in de Flamenpolitik van Hitler. Ze moesten de Vlamingen voor zich zien te winnen en dat werd goed duidelijk gemaakt aan de bezettingstroepen.

Bezettingstijd

Onmiddellijk na de bezetting deden de Duitsers aanpassingswerken en ze zouden het vliegveld aanzienlijk vergroten. Dat er huizen en landbouwgrond opgeofferd diende te worden sprak voor zich. Menige eigenaars zouden een vergoeding uitgekeerd krijgen door de Duitse instanties, maar daar kwam uiteindelijk niets van. Ook de kapel van Sint Benedictus werd verplaatst omwille van het vliegveld. Deze kapel werd steen voor steen afgebroken en een beetje verderop (aan de rand van het bos van de familie d’Ursel) weer opgebouwd. Het beeld werd ter bewaring gegeven aan de zusters van de meisjesschool van Hingene.

De burgemeester van de gemeente Hingene bleef de gehele bezetting in functie. Beide schepenen werden echter wel vervangen in oktober 1941: Seps Robert door Dhr. Vertongen en Roelants Maurits door Dhr. Kegels. De gemeentesecretaris en de ontvanger bleven, net als de burgemeester, op post. Tijdens de bezetting waren er regelmatig conflicten met Duitsgezinden in het college.

Onze gemeente had constant een bezettingsmacht in de gemeente, dit in verband met de “Luftwaffe” en “Luftbauamt”, onderhorig aan de Fliegerhorstkommandatur Antwerpen-Deurne, Aussenstelle Hingene.

Uit iedere kerktoren op het Hingense grondgebied werden de klokken verwijderd. Dit gebeurde in juli 1943.

ANEKDOTES TIJDENS 1940-1944

Dit verhaal werd niet ontkend, noch gestaafd door het Duitse Archief te Freiburg. Er is weet van een “groot bezoek” aan het militaire vliegveld te Hingene, maar verdere details zijn niet bewaard gebleven. Het Duitse Archief meld dat er veel bezoeken geheim waren en in de periode ’38-’45 zijn er veel documenten vernietigd geweest. Laten we dit verhaal dus beleven als een anekdote.

Jan Roskam, een oud-strijder uit de “Grooten Oorlog”, had tijdens de bezetting van 1940-1944 meer dan de helft van zijn huis moeten afstaan, omdat dit aangeslagen werd door de Duitse officieren. Dit was zeer tegen de zin van Jan, die tijdens WO1 veel ontbering heeft moeten ondergaan in een kamp voor krijgsgevangenen.

Op een dag stond het bureau in rep en roer, er heerste grote nervositeit en iedereen was bezig om er op zijn Paasbest uit te zien. Die dag zou de bevelhebber van de Luftwaffe, Hermann Göring, op bezoek komen.

Alle voorbereidingen voor zijn komst werden getroffen, geen burger mocht in de weg lopen en ze moesten die dag uit de buurt blijven. Toen was het zover. Die dag landde er op het vliegveld van Hingene een passagiersvliegtuig met escorte. De deur klapte open en aar verscheen hij dan. Tijdens een gesprek tussen Göring en de plaatselijke officieren kwam ter sprake dat Jan Roskam, van wie ze een deel van het huis hadden aangeslagen, ook een oud-strijder was van de Eerste Wereldoorlog. “Dit is een uitstekende propagandagelegenheid” dacht één van de meegereisde personen. Twee oud-strijders, vroegere tegenstanders uit een bloedige oorlog die nu vredig elkaar de hand zouden reiken. Göring was er zelf ook direct voor te vinden en beval aan één van de officieren om Jan te gaan halen. De persfotograaf stond klaar, maar Jan wou er niet van weten. Met de vijand op de foto? Nooit! Na veelvuldig aandringen, richtte één van de soldaten zijn wapen op Jan… Klaar om de vuren, want dit was een kaakslag voor Göring en het Duitse volk. “Halt!” riep Göring. “Deze man heeft al in een oorlog voor zijn Vaderland gestreden, laat hem. Dit is een voorbeeld van vaderlandsliefde en mochten al onze soldaten zo standvastig zijn, dan hadden we de oorlog al gewonnen”. Jan Roskam mocht terug naar zijn vertrekken gaan om even te bekomen van het moment. Nadien zocht Göring hem weer op: Herr Roskam! We zijn vijanden, maar hier sta ik voor jou als mens. Wilt u alsnog mij de hand drukken?” En zo geschiede het dat twee oud-strijders elkaar de hand drukten, zonder camera’s of getuigen. Is dit waarheid of blijft het een mythe? Wie zal het zeggen…

In 1943 rijdt er op een dag in Hingene een bus in de wal van het parkdomein van de d’Ursels. Het duurt minstens 3 dagen voor ze uit de wal getrokken is.

Tijdens een wandeling langs een gemaaid stroveld zien twee jongeren een kiepwagen staan. Bij het naderen van deze hooiwagen horen ze vreemde geluiden uit het hooi komen. Ze besluiten bij wijze van grap het hooi te kiepen, waarna er uit de berg hooi een Duitse soldaat en twee Hingense vrouwen springen. En zij dachten rustig te kunnen stoeien, maar dan hadden ze niet op die twee jonge belhamels gerekend.

Op een nacht vallen er twee “vliegende bommen” op den Hul in Wintam. De hele wijk wordt met de grond gelijkgemaakt en verschillende doden vallen er te betreuren. Een klein kind dat onder de Leuvense stoof sliep overleefd dit drama waarbij verschillende Wintamenaars het leven lieten. Het hele dorp werkte samen om gewonden en doden vanonder het puin te halen.

COLLABORATIE IN BELGIË

Op 10 mei 1940 was een wet van kracht geworden die bepaalde dat de secretarissen-generaal het landsbestuur moesten overnemen, als de hogere gezagsdragers waren weggevallen. Omdat de Belgische regering naar Londen was gevlucht deed deze situatie zich inderdaad voor. Deze overname van leiding kan echter niet als collaboratie sensu strictu worden aangemerkt, gezien de Belgische wet deze situatie voorzag. Daarnaast vond economische collaboratie plaats, zowel door het bedrijfsleven als door vrijwilligers die in Duitsland gingen werken. De meerderheid van de bevolking hield zich eerder afzijdig, een passiviteit of pacifisme die ook de houding van koning Leopold III kenmerkte.

Actieve steun voor het fascisme was er van de vóór de oorlog al bestaande Franstalige partij Rex van Léon Degrelle, en het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) onder leiding van Staf de Clercq. Rex noemde zich vooral om tactische redenen Waals, ze was in feite Franstalig-Belgisch, veel aanhangers kwamen uit Brussel (dat niet tot Wallonië behoort) of waren Franstalige Vlamingen. De collaboratie in Wallonië was minder van ideologische en/of religieuze aard dan in Vlaanderen.

Aan Vlaamse zijde was de politieke collaboratie vervlochten met het anti-Belgisch Vlaams-nationalisme. Eén van de drijfveren voor de collaboratie was de realisatie van een Vlaamse staat. Met de zogenaamde Flamenpolitik waarmee allerlei vooroorlogse Vlaamse eisen ingewilligd werden slaagde de Duitse bezetter er in delen van de Vlaamse bevolking voor zich te winnen. Hitler beschouwde Vlamingen als Germaans en wilde ze bevoordelen ten opzichte van de Walen. Er werd een tactisch bondgenootschap met het VNV gesloten: het VNV werd ingeschakeld in de Duitse Ruhe und Ordnung-politiek en collaboreerde in ruil voor invloed in de Belgische staatsstructuur.

In mei 1941 ontstond de Eenheidsbeweging-VNV. Het werd voorgesteld als een fusie van het VNV, het Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen (Verdinaso) en Rex-Vlaanderen maar feitelijk ging het om een inkapseling van Rex-Vlaanderen en het Verdinaso door het VNV onder druk van de Duitse bezetter.

Daarnaast was er nog de radicaal nationaalsocialistische en Groot-Germaanse DeVlag (Duits-Vlaamse Arbeidsgemeenschap), geleid door Jef van de Wiele. Ook bij sommige socialisten, zoals voorzitter Hendrik de Man, was er bereidheid tot samenwerking met de Duitsers. Vlaamse en Waalse vrijwilligers traden toe tot diverse paramilitaire organisaties, en ook tot het Vlaams Legioen en het Légion Wallonie, onderdelen van de Waffen-SS. Zij streden aan het oostfront tegen de Sovjet-Unie. Toen België in het najaar van 1944 werd bevrijd, vluchtten enige duizenden collaborateurs naar Duitsland waar enkelen een regering in ballingschap formeerden. Leden van het Vlaams Legioen werden tijdens het Ardennenoffensief ingezet tegen de geallieerden.

Na de oorlog werden door de Belgische justitie meer dan 40.000 veroordelingen uitgesproken, waarvan 242 doodsvonnissen. Circa 7700 personen werden berecht wegens hun lidmaatschap van de Waffen-SS.

COLLABORATIE OF GEWOON DE VERKEERDE KEUZE

Tijdens de oorlog vielen sommigen ten prooi aan de verleiding van de collaboratie. Sommigen uit een diep Christelijke overtuiging om te vechten tegen de Bolsjewieken, anderen omdat ze lid waren van de Nieuwe Orde of van rechtse politieke partijen zoals het VNV, Verdinaso en dergelijke èn nog anderen omdat ze alle geloof in de Belgische staat verloren hadden, omdat de koning zo snel bevolen had om de wapens neer te leggen en te capituleren.

Nog anderen werden verleid omdat ze geen werk hadden en er brood op de plank moest komen voor het gezin. Er zijn wel duizenden redenen om te kiezen voor collaboratie, net als er duizenden redenen waren om te kiezen voor hard verzet (weerstanders). De Duitse bezetter speelde ook handig in op het gevoel van sommige burgers. Zij gebruikten de propagandamachine als wapen om hun doel te bereiken.

Zo ook werd Ferdinand Van Laeken verleid om voor zijn gezin en zijn politieke overtuiging te gaan vechten tegen het communistische gevaar uit het Oosten. Op 19 oktober 1942 meldde hij zich bij het Organisation Todt om zich zo in de strijd te werpen voor Vlaanderen en Europa (zo sprak de Duitse propagandamachine). Op de eindeloze Russische steppe werd hij getroffen door een kogel en stierf op 9 april 1943 ergens midden-Rusland.

De Organisation Todt (OT) was een Duitse bouwmaatschappij tijdens het bestaan van nazi-Duitsland, genoemd naar de oprichter Fritz Todt. De organisatie werd in 1938 opgericht. In 1945, toen het Derde Rijk was gevallen, werd de organisatie opgeheven.

Organisation Todt was een Duitse overheidsorganisatie en aanvankelijk onderdeel van het Duitse Ministerie voor Bewapening en Munitie. Na het uitbreken van de oorlog kreeg de organisatie steeds meer bevoegdheden. In het kader van “Bouwen aan een nieuw Duitsland” gaf ze leiding aan de bouw van de Atlantikwall. Op vrijwillige basis en in het kader van de Arbeitseinsatz werden arbeiders aan het werk gezet. Ze bouwden onder andere bunkers, kustversterkingen en wegen.

AUFFANGLAGER BREENDONK

Op 20 september 1940 komt SS-Sturmbannführer (SS-majoor) Philipp Schmitt met de eerste gevangenen in het Fort van Breendonk aan. Breendonk wordt hiermee een gevangenenkamp voor de Sipo-SD, de Duitse politieke politie die een onderdeel is van de SS. Tijdens het eerste bezettingsjaar maken de joden de helft uit van het gevangenenbestand. Vanaf 1942 en de oprichting van de Dossin-kazerne (“Sammellager”), waar de joden verzameld worden voor hun vertrek naar het oosten en de uitroeiingskampen, verdwijnt het merendeel van de joodse bevolking uit Breendonk waardoor het kamp geleidelijk een opvangkamp (Auffanglager) voor politieke gevangenen en verzetslui wordt.

Op 22 september 1941 wordt een eerste konvooi van Belgische politieke gevangenen uit Breendonk en de Citadel van Hoei naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg gestuurd. Andere konvooien zullen volgen. Breendonk wordt hiermee een doorgangskamp, waar men gemiddeld een drietal maanden verblijft totdat men naar de concentratiekampen in Duitsland, Oostenrijk, Polen, … gedeporteerd wordt.

Het kampregime verschilt evenwel nauwelijks van dat van een echt concentratiekamp. De combinatie van ondervoeding en dwangarbeid sloopt het gestel. Mishandeling kan de doodssteek geven. Aanvankelijk wordt Breendonk alleen bewaakt door enkele Duitse SS’ers en een detachement van de Wehrmacht. In september 1941 arriveert versterking van de Wachgruppe van de SD: ditmaal geen Duitse SS’ers maar Vlamingen.

In totaal hebben ongeveer 3500 personen, waaronder een dertigtal vrouwen, het kamp gekend als een echte hel. Ongeveer de helft van die 3500 keerden niet levend terug uit de kampen.

Op 4 september 1944, worden de eerste “zwarten”, echte of vermeende collaborateurs, door echte of vermeende verzetslui het Fort van Breendonk binnengebracht. Sommige gevangenen worden mishandeld. Het duurt meer dan een maand voor de autoriteiten greep op de situatie krijgen. Op 10 oktober 1944 volgt het bevel tot ontruiming. De gevangenen worden naar de Mechelse Dossin-kazerne overgebracht.

Vanaf eind december 1944 tot 31 december 1946 is Breendonk een officieel Interneringscentrum waarin de Belgische Staat “incivieken” opsluit. Vervolgens wordt Breendonk een officieel interneringscentrum van de Belgische Staat, tot aan zijn oprichting tot Nationaal Memoriaal door de wet van 19 augustus 1947.

Verzetsgroep De Zwarte Hand

Marcel De Mol, de koster van Tisselt kon het niet meer aanzien dat er openlijk gecollaboreerd werd door bepaalde Vlaamse partijen in het gemeentebestuur.

Hij nodigde Staf Vivijs uit voor een persoonlijk gesprek ( juni 1940) en stelde voor het doen en laten van de Duitsgezinde Vlamingen te noteren om na de oorlog deze collaborateurs te ontmaskeren. Ook zouden er pamfletten worden verspreid om het VNV-gemeentebeleid aan de kaak te stellen. Na verdere contacten werd in augustus de verzetsgroep ‘De Zwarte Hand‘ geboren.

Op 21 juli 1941 brengen enkele Zwarte Handleden, waaronder Verhavert, De Bondt en Van Beneden, de radioapparatuur naar een verlaten schuur in Tisselt, waar Frans Van Beneden het toestel operationeel maakt. Koster De Mol had zelfs zijn piano meegebracht en na het spelen van het Belgische volkslied, spreekt Albert De Bondt de luisteraars toe en roep De Zwarte Hand op tot verzet tegen de bezetter.

Om zich te kunnen verdedigen tijdens de nachtelijke activiteiten schaft de verzetsgroep wapens aan. Er word een radiozender opgezet om inlichtingen over de militaire infrastructuur van de Duitsers naar de geallieerden in Engeland te verzenden.

Zo werd er bijvoorbeeld over het vliegveld van Hingene enkele zaken gerapporteerd: Aantal manschappen en burgerpersoneel, aantal en types van de vliegtuigen, aard van de inrichtingen en van het verdedigingssysteem. Hierop kwam er echter geen antwoord vanuit Londen. Er worden ook sabotage-acties gepleegd bijvoorbeeld door een kerosineketel op het militair vliegveld van Hingene.

Het actieterrein van deze verzetsgroepering:

Tisselt – Boom – Bornem – Breendonk – Puurs – Sint Amands – Londerzeel – Hingene – Mechelen – Niel – Schelle – Liezele – Ruisbroek – Lippelo – Oppuurs – Malderen – Merchtem – Steenhuffel – Mariekerke en Weert.

Aantal leden stijgt tot 111.

Onze gevallen helden uit Hingene:

FRANS MARIE JOZEF ANDRIES

  • Beroep: Bakker/Fabriekswerker
  • Geboren op 10 november 1921 te Hingene
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Victor De Witstraat 38 te Hingene
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Dachau op 11 februari 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 19 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 23 jaar.

JAN PAUL DAELEMANS

  • Beroep: Fabriekswerker
  • Geboren op 22 februari 1914 te Eikevliet
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Puurschebaan 10 te Hingene
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Theresiënstadt op 15 april 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 27 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 31 jaar.

LODEWIJK PELGRIMS

  • Beroep: Landbouwer/Magazijnier
  • Geboren op 30 oktober 1923 te Puurs
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Puurschebaan 18 te Hingene
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Gross-Strehlitz op 25/26 augustus 1944
  • Begraafplaats: Gross-Strehlitz (nu Strzelce Opolskie – Polen) op een door de natuur overwoekerde begraafplaats met onherkenbare graven naast het kamp.
  • Hij werd opgesloten van zijn 18 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 21 jaar.

LEO GUSTAAF SCHOOF (*)

  • Beroep: Beroepsmilitair
  • Geboren op 23 december 1908 te Dendermonde
  • Burgerlijke stand: Gehuwd met Rosalia Margaretha Desaeger
  • Woonplaats: J.V. Droogenbroekstraat 24 te Sint Amands
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Bergen-Belsen op 2 maart 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 33 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 36 jaar.
  • (*) Dhr. Schoof was geen Hingenaar, maar zijn familie was wel woonachtig in Hingene of althans kwamen ze zich in Hingene vestigen. Daarom werd hij in dit rijtje opgenomen met diep respect.

HENDRIK SPIESSENS

  • Beroep: landbouwer/Hovenier
  • Geboren op 17 september 1902 te Wintam
  • Burgerlijke stand: Gehuwd met Maria Ludovica De Smet
  • Woonplaats: Kapelstraat 28 te Puurs
  • Aangehouden op 18 oktober 1941 en vermoord te Maagdenburg op 5 mei 1945<.
  • Hij werd opgesloten van zijn 39 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 43 jaar.

FRANS ALBERT MARIE VAN DER KINDEREN

  • Beroep: Tekenaar
  • Geboren op 4 februari 1915 te Hingene
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Kalfortbaan 61/21 Puurs
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Nordhausen op 1 april 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 26 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 30 jaar.

CAROLUS LUDOVICUS VAN GUCHT

  • Beroep: Werkman
  • Geboren op 6 februari 1919 te Hingene
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Leopoldstraat 11 te Hingene
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Gross-Rosen op 2 januari 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 22 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 26 jaar.

ALBERT VAN OOST

  • Beroep: Fabrieksarbeider
  • Geboren op 29 maart 1916 te Hingene
  • Burgerlijke stand: Ongehuwd
  • Woonplaats: Victor De Witstraat 44 te Hingene
  • Aangehouden op 27 oktober 1941 en vermoord te Gross-Rosen op 8 februari 1945.
  • Hij werd opgesloten van zijn 25 jaar tot aan zijn dood. Hij werd 28 jaar.

Geen enkele Hingenaar, lid van deze verzetsbeweging, keerde levend terug. De Zwarte Hand beperkte zijn acties tot het noteren van vermeende collaborateurs en tot het verspreiden van sluikpers. Ze kalkten ook op verschillende plaatsen de letter “V” van Victory op muren. Echter werd hun groepering zeer hard getroffen door de Duitse bezetter. Dit met als doel een voorbeeld te stellen voor andere verzetsgroeperingen. Echter bleef het verzet in Hingene en omstreken actief.

Verzetsgroep S.A. / G.L.

Het Geheim Leger was een gewapende Belgische verzetsgroepering tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook bekend onder de benamingen ‘Het Belgisch Legioen’ en ‘Het Leger van België’. De stichter was Charles Claser.

Oorspronkelijk was het doel van deze groepering een militair bestuur op te richten en de koning, Leopold III, grotere bevoegdheden toe te kennen bij een Duitse terugtrekking. Dit was aan het begin van de oorlog. Vele militairen zagen de oorzaak van de Belgische nederlaag in het falen van het vooroorlogse politieke regime. De militairen waren aanhangers van een sterke uitvoerende macht in handen van de koning. Tijdens de eerste maanden van de bezetting bleek overal de militaire zege van de Duitsers. Velen dachten dat vredesonderhandelingen niet meer veraf waren en dat deze ertoe zouden leiden dat Duitsland zijn troepen uit België zou terugtrekken. Uit angst dat separatistische en/of extreem-linkse groeperingen van dit machtsvacuüm zouden profiteren, troffen de militairen maatregelen. In die sfeer ontstond het Belgisch Legioen, La Phalange en Het Heropgericht Leger. In juni 1941 fusioneerden deze drie para-militaire groeperingen tot Het Legioen van België.

De belangrijkste acties van het Geheim Leger (en zijn voorgangers) kwamen na juni 1944, vooral na de landing van de geallieerde strijdkrachten in Normandië. Op dat moment verstoorde het Geheim Leger, met intussen 54.000 leden, het treinverkeer, de bruggen en communicatielijnen van de bezetter. Verdere militaire acties tijdens de bevrijding bleven beperkt, gezien de snelle opmars van de geallieerde troepen, tenzij in de Ardennen, waar nog enige strijd te leveren was.

Het Geheim Leger slaagde er ook in vele Duitse soldaten gevangen te nemen en hun aftocht te bemoeilijken. Tijdens, en ook na de bevrijding, bood het Geheim Leger ook nog hulp aan de geallieerde troepen.

Demobilisatie van het Geheim Leger kwam er in oktober 1944. Het Leger telde toen 54.314 erkende leden en was daarmee de grootste gewapende verzetsorganisatie van België. Meer dan 4000 van haar leden stierven bij of na hun arrestaties in gevangenschap.

JOZEF AUGUST MEES – Gewapende weerstanden S.A. / G.L.

Vocht tijdens de 18-daagse veldtocht bij het 2 de Geniebataljon van 10 mei 1940 tot 18 mei 1940. Kon zich tijdens de bezetting moeilijk verzoenen met de gerechtelijke macht wat resulteerde in smaad aan de rijkswacht op 10 juli 1942 (straf: 8 dagen of 26 frank).

Sloot zich op 1 maart 1943, als Sergeant, aan bij het Geheim Leger afdeling Sector II – District West-Mechelen tot 13 oktober 1944.

Zijn grootste acties tijdens de bezetting bestonden uit vernietigingen op het vliegveld van Hingene, strategische plannen ontvreemden, brandstof doen verdwijnen, aanwerving van leden binnen het Geheim Leger en het verspreiden van propaganda.

Na de bevrijding nam hij deel aan de wacht aan de Schelde (het beletten dat Duitse troepen de Schelde konden oversteken).

Gedemobiliseerd op 14 oktober 1944.

WILLY BERNARD MEES – Gewapende weerstanden S.A. / G.L.

Sloot zich op 1 maart 1943 aan bij het Geheim Leger afdeling Sector II – District West-Mechelen.

Zijn voornamelijke activiteiten tijdens de bezetting bestonden uit het verspreiden van propaganda en vlugschriften tegen de Duitse bezetter. Sinds 31 december 1943 moest hij onderduiken omdat de Duitse inlichtingendienst hem op het spoor was gekomen. Omdat de Duitsers hem niet te pakken kregen, arresteerden ze zijn broer Jules Mees en deze werd overgebracht naar het concentratiekamp te Bergen-Belsen.

Na de bevrijding deed hij mee aan de bevrijdingsgevechten als oorlogsvrijwilliger (graad: soldaat) onder Engels gezag. Hij nam deel aan de Wacht aan de Schelde (het beletten dat Duitse troepen de Schelde konden oversteken), de bevrijding van Merksem, Hoogstraten, Minderhout tot Holland met de Cie A.S./Mechelen. Verstekeling sinds 1946.

Na de bevrijding van Hingene doken menig zogezegde weerstanders op om wraak te nemen tegen de collaborateurs. De echte verzetsleden werden ingezet om zogenaamde collaborateurs op te pakken en weg te voeren naar Breendonk. Dit om hun eigen veiligheid te waarborgen.

“De Duitsers waren niet allemaal slechte mensen. Wij waren ons daar heel bewust van. Sommigen moesten ook gewoon vechten voor Duitsland, met of zonder zin. Het waren niet allemaal Nazi’s. Maar als we een Duitser te pakken kregen, dan wist hij het wel. Het was nu eenmaal oorlog.”

“Tijdens de bevrijding van Merksem hadden de Canadezen en Engelsen enkele Duitsers gevangen genomen. Toen die gevangen een groepje kaartende Engelsen passeerden, wierp een Duitser een granaat en werden er enkele gedood. De vergelding kon niet lang op zich laten wachten. De Engelsen namen die Duitser vast, legden hem op de kasseien en reden er met hun tank (rupsbanden) over. Langs beide kanten werd de conventie van Genève met de voeten getreden. Maar het was nu eenmaal oorlog en dat haalt het slechtste in een mens naar boven. Hoe goed je het ook voor hebt.”

V1 en V2 (Vergeltungswaffe)

De V1 (ook wel V-1) was het eerste Duitse zogenaamde V-wapen uit de Tweede Wereldoorlog en tevens het eerste onbemande straalvliegtuig ter wereld. Het was de voorloper van de latere kruisvluchtwapens. hoewel deze meestal met een raketmotor werden uitgerust. In totaal zijn er meer dan 30 000 V1’s geproduceerd. Het merendeel werd vanuit Nederland afgeschoten.

De naam V1 (Duitse afkorting) of V-1 (Engelse afkorting) was een afgeleide van Vergeltungswaffe 1 (Vergeldingswapen). Eigenlijk was de aanduiding Fieseler Fi 103 of FZG-76 (FZG betekende Flakzielgerät ofwel luchtafweerdoelapparaat). De V1 wordt wel aangeduid met ‘raket’ maar is dit niet omdat hij gebruik maakt van vliegtuigvleugels voor zijn draagvermogen en geen raketmotor heeft. Hij is dus een onbemand vliegtuig. De V2 is wel een raket.

De V2 was de eerste onbemande geleide ballistische raket. De Aggregat 4, A-4, later hernoemd in V2, was de opvolger van de V1. Als brandstof voor de hoofdmotor fungeerden ethylalcohol en vloeibare zuurstof. De brandstofpompen liepen op waterstofperoxide (“T-stoff”) met natriumpermanganaat (“Z-stoff”) als katalysator. De raket werd verticaal gelanceerd.

Een V2 bereikte een maximale hoogte van 83 tot 93 km en had een bereik tussen 321 en 362 km.

De laatste versies hadden een bereik van 450 km[1]. De springkop bestaande uit Amatol Fp60/40, woog circa 738 kg en kon een heel huizenblok wegvagen. Vlak voor het afslaan van de raketmotor woog een V2 nog 4040 kg. De raket startte bij 1 G en bereikte 8 G bij het afslaan van de motor. Hij viel omlaag met 3600 km/u en sloeg in met 3x de snelheid van het geluid.

De raket werd voor het eerst operationeel ingezet op 8 september 1944; de doelen waren Parijs en Londen.

Ook de gemeente Hingene bleef niet gespaard van deze dreiging.

  • Maandag 23 oktober 1944 – V1 – Eikevliet – Naast de Vliet – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Woensdag 13 december 1944 – V1 – Wintam – Op het gehucht de “Driepikkel” – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Maandag 1 januari 1945 – V2 – Wintam – In een veld 20 meter van de F. De Laetstraat – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Donderdag 11 januari 1945 – V2 – Hingene – Eikerheide in een veld nabij het vliegveld – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Woensdag 17 januari1945 – V1 – Hingene – Hingenebroek nabij paviljoen De Notelaer – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Donderdag 15 februari 1945 – V1 – Hingene – Aan de Rupeldijk – Geen doden / enkele huizen beschadigd.
  • Donderdag 8 maart 1945 – V1 – Wintam – Op de Hul (De Laetstraat) – 18 doden en vele gewonden / 4 huizen weggevaagd.

DE BEVRIJDING

Op 4 september 1944 om 12u15, met “Hingene Kermis”, reden tankeenheden van het Britse 2nd Armoured Division onze gemeente binnen. De overgebleven Duitse manschappen van de Luftwaffe hadden amper een uur voordien de benen genomen. De vernielingen die de Britten aantroffen waren in mindere mate te danken aan de Duitse troepen, maar eerder aan de plunderende bevolking. Althans had het Kommandatur het bevel gegeven om alle militaire installaties op en rond het vliegveld te vernietigen, maar door tijdgebrek bleven de vernietigingen enkel beperkt door het verbranden van documenten. Van gruweldaden, gepleegd door de Duitsers als vergelding, bleven de Hingenaars gespaard.

In Eikevliet werd de brug opengezet om te verhinderen dat de Duitsers Ruisbroek konden bereiken. Zo zetten zij koers naar Boom en werd de brug van Eikevliet gered.

Ook vermeende en niet-vermeende weerstanders doken op tijdens de bevrijding. Wat ze deden was niet altijd even schitterend en menselijk te noemen. Inwoners die verdacht werden van collaboratie werden hardhandig aangepakt door de eigen bevolking. Swastika’s werden op ontblootte borsten, het gezicht of op andere plaatsen geschilderd en het haar werd kortgeknipt. Echte weerstandslieden kregen de opdracht om verdachte collaborateurs, ter bescherming tegen de hysterische massa, op te pakken en te vervoeren naar het Fort van Breendonk. Om verdere baldadigheden te voorkomen kregen de leden van het verzet een kaart waarop ze duidelijk konden aantonen dat ze bij een groepering behoorden. Wie geen kaart had en zich nog steeds voordeed als een weerstander, viel zo snel door de mand.

De Engelsen sloegen hun kamp op aan het vliegveld en deden militaire oefeningen in het parkdomein van d’Ursel. De Britse aanwezigheid in de gemeente werd al snel een vertrouwd beeld en ze waren steeds zeer vriendelijk tegen de plaatselijke bevolking, in het bijzonder tegen de jonge “lady’s”. Al snel vormden er zich koppeltjes tussen Engelse “Tommy’s” en meisjes uit de gemeente.

Oorlogsmisdaden door de eeuwen heen

Nazi-Duitsland en, in mindere mate, zijn bondgenoten probeerden van 1941 tot 1945 systematisch de Joden (6 miljoen) en zigeuners uit te roeien. De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen. Hitler nam het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom tijdens de Wannseeconferentie in Berlijn in januari 1942. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide. Op 16 december 1942 bepaalde Himmler dat alle zigeuners gedeporteerd moesten worden naar Auschwitz-Birkenau. Omdat er in veel landen voor de Tweede Wereldoorlog geen registratie van de zigeuners was, is onbekend hoeveel er zijn omgekomen. Naar schatting zijn tussen de 400.000 en 500.000 zigeuners omgebracht. Niet alleen Joden en Roma’s werden systematisch vermoord, ook politieke tegenstanders, vrijmetselaars, gehandicapten, Esperantisten, Slavische volkeren en Sovjets vielen ten prooi aan de Duitse massamoordenaars.

Maar de geschiedenis leert ons dat niet alleen Duitsers zich aan deze misdaden hebben laten verleiden. Ook andere landen hebben wat op hun kerfstok staan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s